- Biologisch
- Graanpletterij de Halm
- Medewerkers
- Glutenvrij
- Productieproces
- Assortiment
- Recepten
- Verkooppunten
- Nieuws
Mot en klander
We zijn het niet meer gewend en het is ook niet de bedoeling: insecten in ons eten. Daarom doet de voedingsindustrie veel moeite om dat te voorkomen. In het verleden werden daarvoor meestal chemische middelen gebruikt. En dat was weer een reden meer voor het ontstaan van de biologische landbouwketen. Want bij de bestrijding was het middel doorgaans erger dan de kwaal.
Alternatieven
Voor De Halm, als biologische graanpletterij, is chemische bestrijding taboe. Zodoende zijn wij aangewezen op fysische en biologische bestrijding. Bij de Halm ligt het accent op fysische bestrijding. En deze gaat ver. Grofweg kunnen we zeggen dat de meeste aandacht gaat naar het bewaken van de opslagcondities, voor zowel onbewerkt als voor bewerkt product, door temperatuurregeling en luchtcirculatie. Maar voordat we verder gaan, dienen we helder te hebben wat we eigenlijk willen bestrijden.
Kleine boosdoeners
Het zijn de graanklander (een keversoort die niet vliegen kan), de graanmot en vruchtmot die we koste wat kost niet in ons eindproduct willen aantreffen. Elk bedrijf dat granen verwerkt, kent deze insecten en neemt ze, gezien de schade die ze kunnen aanrichten, uiterst serieus. Wordt bijvoorbeeld één enkel motje waargenomen, dan is alertheid geboden en dienen al extra maatregelen te worden getroffen.
Insecten leggen eitjes op graankorrels. Uit deze eitjes ontwikkelt zich een larve. De larve baant zich een weg naar het binnenste van de korrel en vreet zich daar vol. Als de tijd daarvoor rijp is, zal de larve zich verpoppen. In geval van de mot is dit stadium herkenbaar door een webachtig spinsel. Uit de pop kruipt een mot of klander.
Onschadelijk doch ongewenst
Hoewel deze diertjes in elk opzicht onschadelijk zijn voor mens en dier, ze zijn hoe dan ook ongewenst. Larven zijn enorme vreters, hun onstilbare honger veroorzaakt nagenoeg alle schade tijdens de opslagperiode van het graan. De graanklander zal nooit in het eindproduct worden aangetroffen; onze zeef- en schudmachines kunnen dat voorkomen.
Visuele schade
De mot is echter in staat, louter omdat ze kan vliegen, haar eitjes over grotere afstanden te verspreiden. Dit betekent dat we gerust kunnen aannemen dat in principe elke partij biologisch graan ‘besmet’ is. De schade van de mot, of haar larve of pop met spinsel, in het eindproduct is vooral van visuele aard: het ziet er domweg onsmakelijk uit. De vruchtmot kan ons bedrijf alleen maar binnenkomen met de (gedroogde) vruchten van de toeleveranciers.
Gescheiden werelden
Zowel mot als klander kunnen niet tegen tocht. Het beluchten van graan in opslag is een bewezen en ook preventieve bestrijdingstechniek. Hetzelfde geldt voor verhitting. Onder de vijftien graden Celsius worden deze insecten niet actief. In lange, relatief warme en vochtige zomers als die van dit jaar zijn vooral de motjes erg actief.`
Eindproduct en mot dienen twee gescheiden werelden te zijn. Desondanks is het voorgekomen dat motjes in het eindproduct zijn aangetroffen. Hoewel wij daar ontzettend van balen, verwonderen wij ons tegelijkertijd over de kracht van de natuur die zich niet laat bedwingen. Voor een biologisch graanverwekend bedrijf zal de bestrijding nooit 100% effectief zijn. Wij zijn ons daarvan terdege bewust en nemen daarvoor ook de volle verantwoordelijkheid.
Uw klacht is ons probleem
Mocht u ooit een motje of larve in uw verpakking aantreffen, laat het ons weten, dan krijgt u per direct een nieuwe verpakking van een andere productiedatum. Binnen ons kwaliteitssysteem is het geborgd dat we naar aanleiding van uw klacht de gehele partij steekproefsgewijs zullen controleren en deze, indien nodig, zullen terughalen. We doen wat we kunnen, maar we zijn ons er als gezegd zeer bewust van dat naast onszelf ook de mot en de klander een voorkeur hebben voor producten van biologische teelt.


